Duurzaamheid was en is het leidende principe in de pilots. Het blijkt dat milieu vaak het startpunt is bij de gedachtevorming over duurzaamheid, maar dat de interpretatie bij gebiedsontwikkeling vrijwel altijd breder is. Automatisch komen sociale aspecten, leefbaarheid, de economische potentie van gebieden aan bod. Opvallend was daarbij dat in veel pilots is geworsteld met de vraag wat duurzaamheid nu precies is. In de praktijk blijkt het een lastig te hanteren begrip te zijn, dat ook moeizaam te communiceren valt. Een veel gehoorde concretisering is in kwaliteit van de leefomgeving, nu en in de toekomst.
Met elkaar spreken over de kwaliteit van de eigen leefomgeving blijkt al meer aan te spreken. Vooral als degenen die wonen, werken en verblijven in een gebied hun eigen invulling daaraan mogen geven. De vraag: “waarop ben je trots in dit gebied” maakt veel los. Op die manier werkend blijkt men vaak goed in staat om een gezamenlijke visie op het gebied te ontwerpen.
Ook bleek het dat de succesvollere pilots vaak werkten met concrete (korte termijn) doelstellingen en starten met concrete projecten. Voorbeelden zijn een weddenschap tussen de wijk en de gemeente over energiebesparing, een scan voor bedrijven, het oprichten van een buslijn, het stap voor stap vernieuwbouwen van een school. Concrete doelen leiden tot concrete activiteiten, en succes motiveert voorgang.
De pilots laten zien dat de inzet op duurzame ontwikkeling veelal tot uiting komt in kleine zaken. De pilot in Sevenum brengt geen grote ingrepen in het buitengebied mee. Dat de schoolbus blijft rijden is voor de leefbaarheid echter wel cruciaal. En daarmee is de basis gelegd voor een duurzame ontwikkeling. Wat moet worden geleerd is dat kleine stapjes die tot continuïteit leiden belangrijker zijn dan grote eenmalige ingrepen. De neiging bestaat om succes af te meten aan grote veranderingen. Die verwachting leidt tot teleurstelling.
Uiteraard dient er wel een grove notie van een lange termijn perspectief of visie te zijn. Vanuit een dergelijke visie kan richting worden gegeven aan ‘de kleine stapjes’ en kan worden zorggedragen voor continuïteit. Duurzame ontwikkeling vraagt daarmee om zowel visievorming als om concrete doelstellingen op korte termijn. Het is dus én visie ontwikkeling én concrete doelstelling en stapjes.