De betrokkenheid van bewoners en bedrijven uit het gebied verhoogt de kwaliteit van plannen en projecten; daar zijn verschillende voorbeelden van genoemd. Zeker wanneer het gaat om micro-afstemming (Waar moet een pad lopen? Hoe betrekken we mensen erbij? Waar verblijven dieren in het gebied?) weten direct betrokkenen het vaak beter dan externe deskundigen. Zij verblijven immers gedurende lange tijd en op verschillende tijdstippen in het gebied, kennen de historie, kennen de bewoners, etc. Dit soort ervaringskennis kan van groot belang zijn.
Over de vraag in hoeverre burgers daarbij verder kunnen en willen kijken dan hun eigen belang en woonsituatie, verschillen de ervaringen tussen de pilots. In sommige pilots blijkt dat nauwelijks een knelpunt te zijn geweest terwijl het in andere situaties een struikelblok heeft gevormd. Hoewel het dus lastig is om hier algemene conclusies over te trekken, bestaat het voorzichtige beeld dat mensen nooit hun eigen belang uit het oog verliezen, maar zich wel aanspreekbaar tonen voor het algemeen belang zolang zij maar serieus worden genomen. Dit punt raakten we eerder bij duurzaamheid: de doelstellingen van een project dienen de belangen en doelstellingen van alle betrokkenen te reflecteren. Dat betekent niet dat alle wensen ingewilligd kunnen worden. Sommige wensen, bijvoorbeeld wonen midden in een ecologisch kwetsbaar gebied, kunnen immers haaks staan op het bereiken van duurzaamheid.
Een complicatie die uit de pilots naar voren is gekomen is de legitimiteit van participatie. Wanneer bijvoorbeeld een oud stadscentrum geherstructureerd moet worden, wie is dan de burger die betrokken moet worden? Zijn dat de huidige bewoners van het gebied? Vertegenwoordigen zij het algemene belang van een gemeente? En een actief clubje critici: is dat slechts een klein groepje tegenstanders, of vertegenwoordigen zij een grotere groep? Overigens past hier de kanttekening bij dat de vraagtekens die ten aanzien van de legitimiteit gesteld kunnen worden geen excuus mogen vormen om die burger dan maar niet te betrekken.
Het is dus enerzijds zeker van belang om bewoners en andere partijen in een gebied te betrekken in de visie- en planvorming. Het evenzeer van belang dat het politiek bestuur een visie op het grotere geheel aangeeft en duidelijk maakt waar de randvoorwaarden liggen waar niet aan getornd kan worden. Die randvoorwaarden worden mede ingegeven door de maatschappelijke belangen die buiten het betreffende gebied liggen of liggen bijvoorbeeld in de ecologische kwaliteiten van een gebied die niet verder mogen worden aangetast. Wanneer dit onvoldoende gebeurt, kan het proces stokken zoals in Waddinxveen waar de gemeente onvoldoende naar bewoners van het centrum heeft gecommuniceerd dat het belang van de andere bewoners van de gemeente een herstructurering van het (door iedereen gebruikte) centrumgebied noodzakelijk was. Het werd ook zichtbaar in de wijk Wijnbergen in Doetinchem, waar de financiële randvoorwaarden bij de start onvoldoende helder waren afgebakend en de kwetsbaarheid van het gebied veel ontwikkelingen feitelijk onmogelijk maakte.
Of bij de ontwikkeling van een nieuwe wijk: hoe kan dan de toekomstige bewoner worden betrokken? In pilots zijn er problemen over gerezen in sommige situaties, maar ook creatieve oplossingen bedacht in andere. Zo wordt in Leidsche Rijn gewerkt met bewonerspanels uit wijken die net gereed zijn. Zij kennen het gebied en kunnen zich inleven in de wensen en belangen van hun ‘nieuwe buren’.