Bij de inrichting van een gebied ontstaat veel verwarring. Professionals zoeken voor hun eigen vakgebied naar een optimale situatie. Gebruikers van het gebied kijken naar hun belangen en bestuurders moeten tot afweging komen van alle ongelijksoortige onderwerpen. De GIDO Stichting probeert met ‘gebiedstypologie’ een gemeenschappelijke noemer te ontwikkelen.
De gebiedstypologie is een manier om op integrale wijze tot een aanpak voor gebieden te komen. Kernbegrip is het gebruik van het gebied. Dat gebruik wordt uitgedrukt in activiteiten die mensen ondernemen. Dat zijn altijd werkwoorden zoals: slapen, eten, spelen, winkelen etc. Die werkwijze dwingt om aan te sluiten bij de burger en het feitelijke of gewenste gebruik. Aan de werkwoorden worden vervolgens kwaliteiten verbonden. Gebiedstypologie legt niet vooraf vast wat de kwaliteit is, maar beschouwt dat als resultaat van een proces met de actoren.
Hierbij een aantal oplossingsrichtingen, het uitgebreide rapport is te verkrijgen via de GIDO publicaties. Partners in het onderzoek: Arcadis, TNO.
1 indeling in gebiedstypen
Deel de regio, gemeente, stad of buurt op in deelgebieden op basis van het feitelijke of het gewenste beeld van dat gebied. Het kader geeft een schematisch voorbeeld:
De gebieden zijn met werkwoorden te typeren. Denk aan het volgende model:

In het model links levert de scheiding van wonen, werken en ontspannen een stroom van verkeer en vervoer op (verbindende pijlen). In een verstedelijkingsmodel, waarin wonen, werken en ontspannen (deels) worden samengebracht ontstaan 7 gebiedstypen (wonen, werken, ontspannen, wonen-werken, wonen-ontspannen, werken-ontspannen, wonen-werken-ontspannen). Daarnaast kan ook verkeersgebied worden onderscheiden.
2 Feitelijke gebiedsprestaties
Bepaal per gebied de feitelijke prestaties van het gebied: voorzieningen en kwaliteiten. Deze prestaties kunnen zowel gebaseerd zijn op objectieve waarnemingen als op de subjectieve mening van bewoners en professionele doelgroepen.
3 Gewenste gebiedsprestatie
Bepaal per type het gewenste beeld = streefbeeld. Dit is te beschouwen als de doelstelling voor het betreffende gebiedstype. Dit streefbeeld kan zijn samengesteld uit:
• een basisniveau (waarin de rockbottom-eisen zijn verwerkt voor milieu)
• doelstellingen van de gemeente (o.a. duurzaamheidsaspecten over energie etc)
• doelen van de bewoners/gebruikers van het gebied
4 Beleid en actie
De laatste stap gaat van de huidige naar de gewenste toekomstige situatie. Dat is geen eenduidige stap, maar vergt een integrale benadering. De gemeente kan in al haar beleid bijdragen aan het realiseren van de omschreven gebiedskwaliteit. Met fysieke inrichting en beheer, maar ook met onderwijsbeleid (concentratie of spreiding), uitgaansvoorzieningen, en de toewijzing van woningen kunnen bijdragen of afbreuk doen aan het wensbeeld. Gebiedstypologie is op deze wijze een actieve en sturende factor in het gemeentelijk beleid.