Bij deze projecten stond het duurzaam ondernemen en de samenwerking daarin tussen bedrijven meer centraal dan de gebiedsgerichte aanpak. Dat neemt niet weg dat voor bedrijventerreinen wel een aantal specifieke kenmerken naar voren gekomen zijn:
• Een relatief monofunctioneel gebruik: bedrijvigheid, soms gecombineerd met een kleine woonfunctie (maar niet in het geval van de drie pilots op dit gebied);
• Bij veel bedrijventerreinen (maar toevalligerwijze niet zo in de drie pilots) speelt is er een spanningsveld tussen bedrijventerrein en omgeving. De stank, geluid, externe veiligheidscirkels van de bedrijven liggen dan over een woonwijk. Verkeer zorgt voor overlast. De gemeente heeft vaak de ambitie om deze overlast / aantasting van de leefomgeving aan te pakken. Nogal eens waren de bedrijven er eerder dan de woonbebouwing en vinden zij het onredelijk dat zij extra maatregelen moeten treffen.
• Gebieden die redelijk ‘onderhoudsgevoelig’ zijn. Bedrijven komen, breiden uit, verhuizen soms weer. Er is over een langere periode bezien behoorlijk wat dynamiek. Dat maakt aandacht voor de terreinen ook noodzakelijk, anders ligt verloedering op de loer.
• Een sterke betrokkenheid vanuit het bedrijfsleven (uiteraard). Veelal zijn ook vertegenwoordigende organisaties (bedrijventerreinverenigingen, Kamer van Koophandel) betrokken.
• Relatief weinig betrokkenheid vanuit burgers en maatschappelijke groepen. De coalities zijn daarmee vaak minder breed dan in andere aandachtsgebieden. Hoewel dit niet aan de orde was in de drie GIDO pilots op dit terrein, liggen veel bedrijventerreinen wel dicht tegen bebouwing aan of daar zelf middenin. Dan is de relatie met omwonenden natuurlijk wel van belang;
• Daarnaast zijn de gemeenten en provincie altijd betrokken;
• Indirect zijn ook bedrijven in andere delen van de keten betrokken, wanneer het gaat om het verduurzamen van de productieprocessen (wat vaak consequenties heeft voor andere delen van de productketen);
• In de projecten ligt een flinke nadruk op relatiebouw. Vanuit het verleden zijn de relaties tussen het bedrijfsleven en de gemeente vaak niet optimaal. Dit vergt in de projecten veel energie;